Franse teksten oefenen Maltha studiecoaching

Door: Maltha studiecoaching op 15 aug 2019

Op de middelbare school krijg je voor de talen niet alleen toetsen over de woordjes en grammatica, maar vaak ook over (lange) teksten. Frans is voor de meeste leerlingen een nieuwe taal is en daarom is het logisch dat je niet alle woorden van een tekst kent. Dat maakt het natuurlijk een stuk lastiger om de vragen bij de tekst te beantwoorden!

Opbouw

Om de vragen toch goed te kunnen beantwoorden, is het belangrijk dat je weet hoe teksten zijn opgebouwd. Als je inzicht hebt in de opbouw van de tekst, is het makkelijker om de belangrijke dingen uit de tekst te halen. Je hoeft dan niet de hele tekst letterlijk te vertalen en dat scheelt je veel kostbare tijd. De opbouw is vaak als volgt:

Inleiding: interesse opwekken, onderwerp introduceren
Kern: uitleg van het onderwerp, meestal met voorbeelden
Slot: samenvatting, conclusie

Ook binnen de alinea’s zie je vaak een opbouw. Meestal staat het belangrijkste in de eerste zin (of soms in de laatste zin) en geeft de rest van de alinea voorbeelden of een uitwerking hiervan.

Leesstrategieën

Ook de manier waarop je de tekst leest, kan je helpen om de tekst sneller te begrijpen. Je kunt de volgende leesstrategieën gebruiken:

Voorspellen: door snel te kijken naar de titel, ondertitel, tussenkopjes en plaatjes krijg je al een idee over het onderwerp van de tekst.
Skimmen: dat wil zeggen dat je de tekst snel en globaal doorleest om een idee te krijgen waar die over gaat. Ook hier kijk je bijvoorbeeld naar titels en tussenkopjes. In de inleiding en het slot kun je vaak terugvinden wat het onderwerp van de tekst is.
Voorkennis: wat weet je al over het onderwerp? Welke Franse woorden heb je bij dit onderwerp geleerd? Sommige woorden en betekenissen kun je, met behulp van deze kennis, misschien al goed inschatten.
Structuur: gebruik je kennis over de opbouw van een tekst bij het maken van de vragen. Gaat de vraag bijvoorbeeld over het onderwerp van de tekst, dan ga je de inleiding en het slot lezen. Gaat de vraag over voorbeelden of opsommingen, dan kijk je in het middenstuk. Gaat de vraag over een bepaalde alinea, dan zal het antwoord in de kernzin staan.
Scannen: dat wil zeggen dat je selectief leest om bepaalde informatie in de tekst te vinden. Soms heeft een tekst maar één vraag. Dan hoef je waarschijnlijk niet de hele tekst nauwkeurig te lezen, maar kun je gericht op zoek naar het antwoord.
Gedetailleerd: om details grondig uit te pluizen. Als je hebt bepaald waar in de tekst het antwoord moet staan, dan ga je dat stukje tekst heel nauwkeurig lezen om precies antwoord te kunnen geven op de vraag.
Context: je kunt veel woordbetekenissen afleiden of raden met behulp van de context.

Leren voor een Franse tekst

Vaak weet je niet welke teksten je kunt verwachten op de toets. De teksten kunnen over allerlei verschillende onderwerpen gaan, welke je niet allemaal kunt gaan leren. Ook kun je niet álle Franse woorden die er bestaan gaan leren. Hoe je kun je je dan toch goed voorbereiden op Franse teksten?

In elke Franse tekst en de bijbehorende vragen wordt gebruik gemaakt van veelvoorkomende woorden en uitdrukkingen, van signaalwoorden en natuurlijk van grammaticaregels, bijvoorbeeld de vervoeging van werkwoorden. Deze kun je wel leren of je kunt hiermee oefenen.

Veel voorkomende woorden en uitdrukkingen in de vraagstelling

In de vragen die bij de teksten horen, worden vaak veel dezelfde woorden of uitdrukkingen gebruikt. Het scheelt je veel tijd als je de vraag niet eerst hoeft te vertalen. Daarnaast is de vraag begrijpen, de eerste stap naar het goede antwoord! De veel voorkomende woorden in vragen kun je leren, bijvoorbeeld uit je werkboek, oefenteksten of examenbundels. Hier een aantal voorbeelden:

- Qu’est-ce que .. = wat is?
- Expliquer = uitleggen
- Que lit-on dans ce passage? = lezen
- Quelle est la raison? = wat is de reden?

Signaalwoorden

Signaalwoorden geven het verband aan tussen zinnen en tussen alinea’s. Ze geven belangrijke informatie over de opbouw van de tekst en zijn dus een belangrijk hulpmiddel. Vaak staan in je leerboek de signaalwoorden die je kunt leren. Je kunt ze ook vragen aan je docent. Hier een aantal voorbeelden:

- Car = want reden
- Aussi = ook opsomming
- Alors = dus conclusie
- Quand même = toch, echter tegenstelling

Belangrijke werkwoorden

Een tekst kan natuurlijk niet zonder werkwoorden, in elke zin vind je ze terug! Het is daarom handig als je werkwoorden kent en als je weet hoe de werkwoorden worden vervoegd in verschillende tijden. Être en avoir zijn hiervan misschien wel de belangrijkste!

  être avoir
je suis ai
tu es as
il/elle/on est a
nous sommes avons
vous êtes avez
ils/els sont ont

 

Uiteindelijk is het belangrijk om veel te oefenen (met deze tips)! Je kunt daarvoor de teksten uit je lesboek gebruiken, examenteksten, of kijk eens of je wat Frans nieuwberichten kunt begrijpen! Bijvoorbeeld de Franse Metro https://www.lci.fr/ of Paris Match https://www.parismatch.com/ Succes!!

 

Oefen jij veel Franse teksten en heb jij nog goede tips? Laat ze achter hieronder.

 

Wellicht vindt je deze artikelen ook interessant:


fransetekstenmalthastudiecoachingtoetsengrammatica



* = verplicht