Invloed van autisme op leren

Door: Maltha studiecoaching op 18 jul 2019

Er wordt van leerlingen veel verwacht op het gebied van leren: informatiebronnen kunnen raadplegen, samenvattende informatie kunnen leren, plannen, eigen leer- en denkprocessen bewaken, controleren en bijsturen, een passende leerhouding aannemen, etc. Veel leerlingen ontwikkelen deze vaardigheden gaandeweg vanzelf. Leerlingen met autisme lopen hierbij tegen een aantal moeilijkheden aan.

Informatie verwerken bij autisme

Kinderen met autisme verwerken informatie op een andere manier. Het is voor hen moeilijker om de leerstof in de context te plaatsen: ‘Waarover gaat het eigenlijk? Wat is het verband met wat ik al eerder heb geleerd? Wat kan ik doen met deze leerstof?’. Het zijn vragen waarop doorgaans niet expliciet antwoord wordt gegeven vanuit de docent en die voor leerlingen met autisme dus onbeantwoord blijven. Dat heeft nadelig effect op de verwerking van de leerstof en op de motivatie.

Ook is het moeilijker om hoofdzaken en bijzaken te onderscheiden. Leerlingen met autisme zien soms geen verschil tussen hoofdzaken (wat is informatie) en bijzaken (wat is ter illustratie). Soms maken ze wel onderscheid, maar is wat voor hen hoofdzaak is eigenlijk een bijzaak.

Autisme

Als laatste heeft ook het letterlijk nemen en de concrete denkstijl invloed op het verwerken van informatie. Bijvoorbeeld een iets andere titel boven dezelfde tekst, maakt voor hen een groot verschil. Ze letten meer op verschillen dan op gelijkenissen en dat maakt abstraheren moeilijk. Terwijl abstraheren nodig is om leerstof in een breder perspectief te plaatsen en verbanden te zien tussen stukken leerstof.

Informatie opslaan en oproepen bij autisme

Bij het opslaan van betekenissen en feiten in leggen leerlingen met autisme vaak vaste één-op-één koppelingen. Dit zorgt ervoor dat leerstof vaak erg absoluut, fragmentair en associatief wordt opgeslagen. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat wat in een les biologie over de werking van het oog geleerd werd, niet spontaan in verband zal worden gebracht met een Engelse les waarin allerlei woorden met betrekkingen tot kijken en zien aangeleerd worden (niet-flexibel semantisch geheugen).

Daarnaast is het geheugen dat verantwoordelijk is voor het opslaan van persoonlijke gebeurtenissen en hoe die ervaren worden zwakker ontwikkeld. Een belangrijk gevolg daarvan is dat leerlingen met autisme minder leren uit ervaringen. De ervaring moet eerst worden geactiveerd om een verband te kunnen leggen met de leerstof (zwak episodisch geheugen).

Toepassen

Bij het toepassen van kennis en vaardigheden geldt voor veel leerlingen met autisme dat ze problemen ervaren die te maken hebben met generaliseren.

Aangezien leerlingen met autisme verschillen sneller opmerken dan overeenkomsten, komt vaak voor dat wat ze geleerd hebben in de ene context niet wordt toegepast op een overeenkomstige maar niet identieke context. Bijvoorbeeld: een strategie om met kaartjes Franse woordjes te leren, passen ze niet spontaan toe bij het leren van Engels woordjes (ondergeneraliseren).

Ook kan het voorkomen dat leerlingen met autisme juist een leerstrategie toepassen in een context waar dat niet nodig is. Bijvoorbeeld: de strategie van overschrijven van een tekst voor het leren van spelling. De koppeling overschrijven = leren wordt gelegd. Dus gaat de leerling vanaf nu alles overschrijven, ook hele teksten geschiedenis en aardrijkskunde, terwijl dat in die contexten overbodig is (overgeneraliseren).

Invloed van autisme op leren

Verder verlopen de processen die te maken hebben met plannen en soepelheid niet optimaal. Gevolgen daarvan zijn impulsiviteit in de aanpak van opdrachten, blijven vasthouden aan eerdere oplossingsmethoden ook al werkten die niet, geen plannen kunnen bedenken en moeite om te schakelen van de ene naar de volgende opdracht.

Leerstijl bij autisme

Wanneer leerlingen met autisme niet worden begeleid of ondersteund, ontwikkelen ze vaak een eigen leerstijl met de volgende kenmerken:

  • Fragmentarisch: informatie wordt als allemaal losstaande feiten opgeslagen;
  • A-contextueel: leerstrategieën worden niet aan de context aangepast;
  • Letterlijk: alleen dat wat er letterlijk staat wordt gezien en begrepen, er wordt geen informatie toegevoegd;
  • Individueel: informatie die klassikaal gegeven wordt, ervaren ze niet als tot hen gericht en wordt daarom niet altijd opgeslagen;
  • Feitelijk: objectieve feiten worden makkelijk onthouden. Subjectieve informatie is lastiger;
  • Serieel: informatie wordt stuk voor stuk opgenomen, zonder te combineren;
  • Vakspecifiek: informatie blijft alleen verbonden aan het vak waarbij ze dat geleerd hebben;
  • Onderwerpspecifiek: onderwerpen die de interesse hebben van de leerling met autisme, lokken een veel actiever leergedrag uit;
  • Idiosyncratisch: ontwikkeling van een geheel eigen strategie of methodiek om leertaken en problemen op te lossen. Deze hoeven niet altijd fout of niet-doeltreffend te zijn.

Specialistische begeleiding bij leerproblemen

Bij Maltha studiecoaching begeleiden wij al meer dan 37 jaar kinderen met leerproblemen. Onze Orthopedagogische Praktijk Maltha biedt specialistische begeleiding op maat voor uw kind. 

 

Misschien zijn deze artikelen ook interessant:

 


autisme



* = verplicht